De Italiaanse schrijver en filosoof Umberto Eco is vrijdagavond op 84-jarige leeftijd overleden. Het nieuws is door Eco’s familie bevestigd.
Dat melden Italiaanse media in de nacht van vrijdag op zaterdag.
Debat
Eco brak in 1980 internationaal door met zijn roman De naam van de roos (1980). De Italiaan schreef daarnaast bijvoorbeeld De begraafplaats van Praag (2010), een boek dat zich dat zich afspeelt in de negentiende eeuw, waarin de vader van het moderne Italië, Giuseppe Garibaldi, een belangrijke rol speelt.
Daarnaast schreef hij De slinger van Foucault, en een aantal bundels met essays. Naast schrijver was Eco ook actief als taalkundige en filosoof. In 2012 kreeg de Italiaan de Vrede van Nijmegen Penning, die eens in de twee jaar wordt toegekend aan een internationale hoofdrolspeler voor de vrede op het Europese continent. Hij gold als een voorvechter van Europese integratie.
Tekenleer
Eco werd in 1932 geboren in Alessandria, een stadje in de Noord-Italiaanse regio Piemonte. Hij groeide op in een gezin van dertien kinderen. Hij studeerde middeleeuwse filosofie en literatuur en publiceerde in 1954 een proefschrift over de middeleeuwse katholieke filosoof en geestelijke Thomas van Aquino.
In 1966 werd hij hoogleraar semiotiek in Milaan. Die wetenschap houdt zich bezig met de betekenis van een teken, zoals een woord of handeling, in de literatuur, mode, film of het gedrag. Eco geldt als een van de belangrijkste semiotici in de wereld.
Hij schreef er verschillende boeken over en organiseerde het eerste internationale congres over de tekenleer. En hij was geregeld actief in het publieke debat. Zo nam hij flink stelling tegen Silvio Berlusconi (een paar keer premier van Italië) en de macht en invloed van de Rooms-Katholieke Kerk in Italië.
Vervalsingen
In zijn romans brengt Eco fictieve personen in contact met mensen die werkelijk hebben bestaan. Hij houdt van complottheorieën, vervalsingen en gevaarlijke documenten. De naam van de roos bijvoorbeeld is een detectiveroman in diverse lagen.
De monnik William van Baskerville lost met zijn assistent Adson van Melk, die het verhaal vertelt, een reeks moorden in een Noord-Italiaanse benedictijnenabdij op. Het scriptorium (de plaats waar de monniken boeken overschrijven) en de bibliotheek spelen een belangrijke rol in het boek, dat in 1986 werd verfilmd met Sean Connery als William.